zaterdag 4 juni 2011

We hebben een prima stel mensen rondlopen op onze school!


 























Zo tegen het eind van het schooljaar is het tijd om de balans wederom op te maken.
We kunnen er niet omheen:


In Vier jaar tijd hebben we samen een school neergezet waarbij de randvoorwaarden prima zijn om de stap te maken van Voldoende naar Goed,  een school die zich richt op Uitstekend en reeds flirt met Excellent en High Performend. Waarbij de komende jaren de accenten liggen op verdere regie van vakmanschap binnen het team, de aanpak van de onderwijsinhoud en internationalisering. De focus is gericht op het ontwikkelen van talent en leerrendament, uitstekende docenten en schoolleiding die binnen een innovatieve cultuur maatschappelijke waarde creëeren.
We hebben een prima stel mensen rondlopen op onze school!

zondag 8 mei 2011

Een mens is geen eiland


Onderwijsmensen gaan elke dag trouw naar hun werk. Van het onderwijsondersteunend personeel tot en met de voorzitter van het college van bestuur. Men begeleidt, ondersteunt, onderwijst binnen het onderwijs op elk niveau. Aan het eind van de dag gaan ze weer naar huis.
Stel dat leerkrachten worstelen met de vraag hoe op een goede manier leerlingen te betrekken bij de lessen. Ze kunnen soms aankloppen bij een collega. Maar vaak genoeg worstelen ze alleen verder. Dat is niet het geval bij onderwijsmensen die een netwerk van professionals rond zich hebben verzameld. Een netwerk dat kennis, ervaring, materialen, advies en technieken deelt. Het wordt tijd voor Persoonlijke LeerNetwerken. Geen mens is een eiland!

Voordelen van een PLN:

1.              Je leert van anderen.
Als leerkracht kun je niet alles weten, je moet dus van anderen leren. Je kunt ook niet alleen je leerlingen volledig onderwijzen. Onderwijzen doe je niet in het vacuüm van je eigen klaslokaal. Zeker niet vandaag de dag !

2.              Je bedient leerlingen op een betere manier
Met de leerkrachten van de groepen 8 zocht ik onlangs naar ideeën en projecten om de laatste maanden van het schooljaar rijk en betekenisvol te maken voor de overstap naar het voortgezet onderwijs. Samen kom je tot een aantal interessante ideeën. Maar pas toen ik via Twitter de vraag wegzette, onder de hashtag #durftevragen en gebruik maakte van mijn eigen PLN (ik twitterde de vraag naar @elkedas en zat binnen een paar minuten met haar te Skypen) ging het stromen. Ineens hadden we meer te bieden dan binnen de eigen school, op dat moment, kon worden bedacht.

3.              Je krijgt toegang tot een schier oneindige bron
Sinds Internet kunnen onderwijsmensen heel makkelijk van iedereen op de hele wereld leren. Twitter, Skype, Ning, Wiki’s en blogs brengen die wereld binnen handbereik. Maken je deel van onderwijscommunicatie in voortdurende ontwikkeling.
Het gebeurt regelmatig dat ik met @marathonkeje twitter over hoe de sociale media in te zetten voor het onderwijs. “ Je moet digitale sporen achterlaten!” Ons digitale schoolplein Huys ten Krooswijk heb ik in beginsel aan hem te danken. Hij heeft me op dat spoor gezet.  En ik vind het prettig dat ik ook regelmatig wat voor hem kan betekenen. Wat dat betreft is er een grote mate van wederkerigheid mogelijk op het Internet.
De sociale media geven je de mogelijkheid te zien wat anderen doen, te horen, te lezen wat voor hen werkte en tegen welke problemen zij aanlopen.
Een PLN is de beste tijdsinvestering die je als onderwijsmens kunt maken, gezien wat het onderwijs van je vraagt, van je eist!

4.              Het verlegt je plafond
Het delen van jouw kennis en het vergaren van nieuwe kennis vereist een aantal communicatieve vaardigheden. Persoonlijk ben ik intensiever over het onderwijs gaan nadenken, wat ik er mee wil en mee moet, hoe anderen daarbij te betrekken, sinds ik er over schrijf. Zwart op wit staat vaak duidelijk en hard. Af en toe kreeg ik op een onderwijscolumn een reactie waar ik van dacht: daar moet ik zorgvuldiger, preciezer zijn! Reflectie en delen kregen een nieuwe betekenis. Dat is ook het geval bij het stellen van de juiste vragen via de sociale media om te krijgen wat je nodig hebt, zoekt.

5.              Het houdt je betrokken op je vak
Een burn-out ligt binnen het onderwijs op de loer. Een PLN helpt je om de batterij tijdig op te laden en kan je de kennis, ideeën en de steun geven die je nodig hebt. Niet voor niets heeft Stichting Boor de weg naar de nieuwe media nadrukkelijke ingezet. Voorbeelden zijn: De website en de weblog van de Booracademie en de groep van de Booracademie op Linkedin.com.
Een PLN is de manier voor onderwijsmensen en leerlingen om geïnspireerd te blijven.

 



woensdag 27 april 2011

Creativiteit en ruimte in het onderwijs

Ik werd gisteren attent gemaakt op een video van TK Tunstall door mijn goede twittervriend @JeroenL0uis. We twitterden wat: hij had een nieuwe Basgitaar gekocht en ik schepte  op over het feit dat ik de hele dag bezig was op de gitaar. Ik probeerde een nummer van ZZ Top onder de knie te krijgen, eigenlijk voornamelijk de solo. Op Youtube vind je tal van instructie video's, ook voor dit nummer. Op de instructie video van Rob Riley (die een uitvoering van Buddy Whittington speelt) vertelt Rob over een Boss Loopingstation RC-2. De Boss ondersteunt zijn gitaarspel. Rob zet via de Boss het akkoordenschema in een loopt en soleert en zelf overheen.
Dat apparaat wilde ik meteen  hebben! Waarop @JeroenL0uis mij verwees naar de video van TK Tunstall. Een geweldig optreden!
En het leverde binnen ons gezin een uitermate interessant gesprek op. Een gesprek over de kracht van het individu wanneer deze in staat is om de techniek, die ons allemaal ter beschikking staat, optimaal toe te passen en wat dat voor de kracht van een groep, een community kan betekenen.
Kennis haal je tegenwoordig overal vandaan (de democratisering van de kennis; zie alle links hierboven), het ontbreekt aan creativiteit binnen het onderwijs en in de samenleving, aldus Ken Robbinson.


Het programma Beter Presteren zorgt al een poos voor onrust en verdeling binnen de Rotterdamse onderwijs wereld. Zelf heb ik sterk de indruk dat wethouder Hugo de Jonge de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher de loef wilde afsteken. Wij gaan het hier beter doen dan in Amsterdam! Ik houd van die voortvarendheid, maar je boet vaak in aan communicatie: onrust en verdeling!


De verdeling in verschillende kampen heeft onder andere te maken met de vraag of je het leeringen kunt aandoen om hen onder te dompelen in een omgeving die puur resultaatgericht/ opbrengstgericht is. De hele discussie of kinderen moeten spelen of moeten leren, wel of niet van spelen leren, wel of niet het spel verliezen als er alleen maar nadruk ligt op leren, wordt hier voor de zoveelste keer nog eens dunnetjes overgedaan. Wat blijft er over van het Talentenonderwijs? Een discussie overigens die zich laat horen door alle lagen van het Primair Onderwijs.


Ook op het niveau van de leerkracht: Waar ligt voor hen de ruimte en de mogelijkheid tot creativiteit? 
Onlangs verscheen een onderzoeksverslag gericht op de professionaliteit van de MBO docenten (http://tinyurl.com/43mgfsz). Wat zijn de parallellen met het PO en welke conclusies moeten wij trekken?
Quote: " In de discussie over de positie van de docent in het MBO wordt de afgelopen tijd in sterke mate de nadruk gelegd op het versterken van de zelfstandige handelingsvrijheid van de docent als professional. Immers, een professional beschikt over zodanige kennis en ervaring dat deze een aparte positie inneemt in de uitoefening van een professie. Dit is in vele beroepen een geaccepteerd uitgangspunt. In een groot aantal beroepsgroepen wordt het begrip professionaliteit in het dagelijkse werk als belangrijk onderscheidend criterium gebruikt om te bepalen of een bepaalde groep personeelsleden wel of niet bevoegd is tot het zelfstandig verrichten van bepaalde handelingen. Het zelfstandig handelen vindt plaats binnen een scherp gedefinieerde set handelingen en altijd in de context en binnen de (bestuurlijke) randvoorwaarden van de organisatie. Spanningen met het management zijn in de context zeldzaam; het is duidelijk wie waarover gaat en wat het betekent om als professional een bepaalde mate van zelfstandige handelingsvrijheid in de uitoefening van het beroep te hebben."


TK Tunstall laat me wederom zien dat creativiteit voor een groot deel stoelt op aanwezige kennis en vaardigheden. Die bieden een ieder de ruimte om talenten uit te bouwen, de ruimte te nemen.





Ik hoor en lees graag als jij daar anders tegen aan kijkt!

dinsdag 26 april 2011

Ondernemers

Verveeld in de schoolbanken? Loopt het niet zo lekker in de klas? Buitengesloten? Dat kind zou best wel eens een ondernemer kunnen zijn, volgens Cameron Herold



Mede om die reden is René Bos (onze adjunct directeur) al bijna twee jaar met de bovenbouw verbonden aan het project Ondernemers In De Dop. Mede daarom starten wij volgend schooljaar  het project Levensecht Leren. We maken daar de koppeling tussen rekenen en taal en de middenstand van Crooswijk. Mede daarom onderzoeken we hoe we een eigen onderneming kunnen optuigen in de school. Lekker en goed bezig!

vrijdag 8 april 2011

Genoten!

Op 5 maart schreef ik dat ik een start zou maken met een combinatie van observeren en participeren in onze klassen. Ik blokkeerde  alvast wat dagen in mijn agenda  om me te kunnen onderdompelen in het klassengebeuren.  Want, wat is het beste deel van het schoolleiderschap?
Zien dat al onze kinderen leren!
Gaf ik me de 23e nog over aan de waan van de dag, inmiddels heb ik een volle ochtend doorgebracht in groep 8 en vanochtend in groep 1/ 2b. Weer die kleuters ;-)
De juf uit groep 1/ 2 had bedacht dat ik een meisje kon begeleiden met rekenen en vervolgens aan de slag kon gaan met een prentenboek.
Het eerste wat mij direct raakte binnen die groep was de volledige bereidheid tot werken. Voor de onderwijspuristen aan de zijlijn: spelen vind ik ook werken. Sterker nog: spelen is leren! En potverdorrie wat werd er geleerd! Op elk terrein, binnen elk domein: " Zo praten wij hier niet tegen elkaar, " sprak juf tot het kind.
Wat een ongelooflijke mate van zelfstandigheid leggen die kleuters toch aan de dag. En wat valt er veel te winnen als we dat optimaler kunnen doortrekken naar de midden- en bovenbouw.
We spraken daar in het nagesprek nog wat over door en kwamen tot de conclusie dat dit het gesprek is wat vaker tussen de onderwijsprofessionals van de onder-, middenbouw moet plaatsvinden.
De zelfstandigheid van de leerlingen gaat hand in hand met de focus van de leerkrachten op het leerproces.

woensdag 23 maart 2011

Hoogste punt in Nieuw Crooswijk

Aanwezig

Afgelopen maandag een spreekbeurt over het maken en gooien van boemerangs gehouden in groep 7 Alberta Wellingpad. (Onze adjunct René Bos valt daar een paar weken in. Per 1 april komt er een vaste, nieuwe leerkracht voor de groep!)

De leerlingen beschikten over een kijkwijzer, op basis waarvan zij hun spreekbeurt konden voorbereiden. Mijn spreekbeurt moest niet het effect hebben van 'monkey see, monkey do'. Dus een deel van de klas concentreerde zich op wat er goed ging bij de spreekbeurt, het andere deel richtte zich (deels aan de hand van de kijkwijzer) op wat zij misten bij de spreekbeurt.
Was prettig om zo met een groep bezig te zijn. Ik kreeg overigens een ruim voldoende :-)


Vanochtend maakte ik mijn opwachting in groep 1/ 2 aan het Paradijsplein. Kleuters zijn toch wel 'different cake'. Toen de groep met de dansjuf aan de slag ging om gezellig danskostuumpjes te  knippen uit vuilniszakken, bedacht ik me dat ik nog veel dringende e-mails moest beantwoorden! In het kader van de Brede School Subsidieaanvragen met betrekking tot  Beter Presteren, moest ik op zoek naar een rapport van een Pilot die 2 jaar geleden is uitgevoerd.

Zo'n omslag van aanwezig zijn en meedoen in een boven- of middenbouwgroep gaat me goed af. Maar voor een kleutergroep heb je toch een totaal andere mindset, andere expertise nodig, laat staan voor een peuterspeelzaalgroep. Gelukkig is er voldoende kennis en ervaring aanwezig binnen de school.
En de volgende keer houd ik het iets dichter bij mezelf: ik neem mijn gitaar wel weer mee in de kleutergroep.

zaterdag 5 maart 2011

Aanwezig!

Zo’n kleine vier jaar geleden, startte ik als directeur op onze school. Ik nam me zelf voor om regelmatig mijn leerkrachten te zien, te spreken, al was het maar bij de ochtendkoffie. Al was het maar door snel mijn hoofd in een klas te steken en even ‘Hallo, hoe loopt het?’ te roepen.

Zoals met veel, zo niet alle goede, voornemens: makkelijker gezegd, dan gedaan. Vooral als je werk van je verlangt dat je regelmatig buiten de deur vergadert, je aanwezig wil zijn in twee gebouwen (in het begin in drie) en je volop bezig ben met het schrijven van nieuwe plannen, invulling moet geven aan nieuw strategisch beleid vanuit De Stad en De Stichting, invulling geeft aan de samenwerking met sociale partners in de wijk. Dan ben je blij met de teamvergadering, waarop je het grootste deel van je team spreekt. Dan is het prettig dat je vinger aan de pols kunt houden door middel van taakgesprekken, functioneringsgesprekken, managementteam overleg etc, etc. Maar je ziet  je leerlingen en leerkrachten zo te weinig in actie.

Het leerkrachtsupervisie model dat wij hanteren vloeit voort uit een uitstekend opgezette zorgstructuur en een formeel observatie protocol. Brengt mij toch minder vaak in contact met de actie in de klas. En ook ik ben daar ooit het onderwijs voor ingegaan!

Begrijp me goed: het integraal schoolleiderschap bevalt me goed. Ik heb een uitstekend plek gevonden binnen het onderwijs. Ik heb een prima job. Het zou echter ook interessante proeftuin zijn om te ervaren hoe mijn leerkrachten hun klas ervaren, los van de zorggesprekken en observatieprotocollen en om meer te ervaren hoe de kinderen hun klas ervaren.

Voorlopig start ik tot het eind van het jaar een combinatie van observeren en participeren. Ik heb alvast wat dagen in mijn agenda geblokkeerd om me te kunnen onderdompelen in het klassengebeuren. Ben daar wel enthousiast over. Vind het prima om in de klas te gaan zitten en om het proces gade te slaan, maar eigenlijk wil ik mee doen met het plezier van het lesgeven.

Want, wat is het beste deel van het schoolleiderschap?
Zien dat al onze kinderen leren!

dinsdag 25 januari 2011

Start Pilot Jeugdverpleegkundige op School

Half maart worden kinderen uit groep 2 en 7 van de Odbs Pierre Bayle  met hun ouders of verzorgers uitgenodigd voor een gezondheidsonderzoek aan het Paradijsplein 1. De ouders kunnen  tijdens het onderzoek vragen stellen over de gezondheid, maar ook over opvoeding en gedrag van het kind. De jeugdverpleegkundige adviseert  over allerlei zaken zoals gezond eten, zindelijkheid en andere opvoedingsvragen. Daarna blijft de jeugdverpleegkundige op woensdag voor alle ouders en alle leerlingen beschikbaar.

Dit is een volgende stap in het bouwen aan onze Communityschool.
De pilot wordt bekostigd door de deelgemeente. De subsidie is door het CJG (centrum voor jeugd en gezin) aangevraagd. Zij leveren ook de jeugdverpleegkundige.
De jeugdverpleegkundige is overigens geen nieuw gezicht voor onze school. Zij zit met onze intern begeleider en de schoolmaatschappelijkwerker in het multidisciplinair overleg van onze school.



zondag 23 januari 2011

Hoe kijk je? Wat zie je?

Volgens Ken Robinson zijn er twee groepen mensen. De ene groep houdt er van om mensen in twee groepen op te delen en de ander groep niet.  Ik vind dit een prachtige grap en ik weet dat er mensen zijn die hier niets aan vinden. Waarmee we ineens weer twee groepen hebben!

Hoe wil je kijken? Wat zie je?

Benjamin Zander (The art of possibility) schreef over 2 schoenverkopers die in de 18e eeuw afreisden naar Afrika. De ene verkoper berichtte het thuisfront over de bijna uitzichtsloze situatie daar. Niemand droeg er schoenen! Terwijl de ander opgewonden berichtte over de vele kansen en mogelijkheden die hij daar in Afrika tegen het lijf liep: niemand droeg er schoenen!


In het onderwijs kom je dit natuurlijk ook regelmatig tegen. Mensen beschouwen  eenzelfde situatie en kijken ernaar op een negatieve manier of op een positieve manier. Het is echt persoonsafhankelijk!
Binnen onze school, binnen het gehele onderwijs  hebben we mensen nodig die de zaken vanuit een positieve modus willen bekijken. Dit gezegd hebbende, moeten we elkaar natuurlijk blijven inspireren. Het onderwijs wordt dan nog beter door de mensen die het onderwijs geven.
Zo kijk ik! Dat zie ik!

zaterdag 8 januari 2011

the shape of the spoon

Spoon feeding in the long run teaches us nothing but the shape of the spoon. 

E.M. Forester

zaterdag 1 januari 2011

Ontwikkeldomeinen van een High Performance School (1/5)


We zijn al flink op weg en dat zijn geen praatjes voor de vaak!

Nu ligt dit enorm voor de hand voor een school. We hebben een politieke opdracht/ een mandaat  maatschappelijke waarde te creëren. Het politieke mandaat echter varieert­. De accenten binnen die maatschappelijke opdracht veranderen. Een paar jaar geleden schreef ik daar een korte column over: prestatiecontract (KLIK)
Ook uit de verkenning van Monique Turkenburg (grenzen aan de maatschappelijke opdracht van de school 2005) blijkt dat niet meteen duidelijk is wat er onder wordt verstaan. Een ding is duidelijker dan ooit: het onderwijs vermaatschappelijkt. Een volgende verkenning van Turkenburg uit 2008 toont dat besturen de scholen meer en meer als maatschappelijke ondernemingen zien:
“ Op veel terreinen ziet men een taak voor de school
De meeste onderscheiden thema’s worden in meerdere of mindere mate door schoolbesturen tot de gewone taken van de school gerekend. Dat geldt bijvoorbeeld voor veel thema’s van opvoeding, zorg en hulpverlening, achterstandsbestrijding, veiligheid en sociale cohesie, morele ontwikkeling, burgerschap, cultuur, sport en bewegen en extra aanbod voor hoogbegaafde leerlingen. Wel blijkt dat zelfs op het terrein van de kinderopvang, waarop scholen inmiddels wettelijk verplicht zijn eenaanbod te realiseren, lang niet alle besturen vinden dat daar ook een taak ligt voor de school. Minder dan een derde van de schoolbesturen in het primair onderwijs vindt kinderopvang een reguliere taak voor de school. Ruim een derde van de besturen vindt de maatschappelijke stage, nu nog niet wettelijk verplicht, niet tot de gewone taken van de school horen.
Het initiatief voor de maatschappelijke opdracht ligt bij de school zelf
Het merendeel van de besturen vindt dat hun scholen voldoende aandacht aan deze maatschappelijke thema’s besteden. Volgens sommige besturen schiet hun school soms tekort. Op vrijwel alle terreinen zijn er wel discrepanties waar te nemen tussen wat besturen een reguliere taak van de school vinden en de mate waarin hun eigen school aandacht aan dat onderwerp besteedt; meestal gaat het echter om kleine afwijkingen. De grootste afwijking tussen taakopvatting en aandacht voor dat thema op de eigen school, betreft het aanbod voor hoogbegaafde leerlingen; voor 91% van de besturen is dit een vanzelfsprekende taak voor de school, maar tegelijkertijd zegt 42% dat hun eigen school nog niet voorziet in een aanbod. De helft van de besturen laat de keuze om als school in te spelen op allerlei maatschappelijke vragen en wensen, volledig aan de school over. Ruim een op de vijf besturen vindt het wel gewenst dat scholen daarop inspelen, maar verplicht ze daar niet toe, terwijl minder dan een op de vijf besturen hun school juist aanstuurt op dit punt en dit ook expliciet opvat als een taak voor het bestuur. Ongeveer een op de tien besturen probeert de scholen juist af te schermen voor al te veel extra activiteiten. Afhankelijk van hoe schoolbesturen denken over het eigenaarschap van de school, zijn ze bereid tot het toekennen aan de school van een heel brede maatschappelijke opdracht (school is van de samenleving), dan wel een beperkte (school is van de ouders).” 
Het motto van de school: vind samen een eigen plek in de school, de wijk, de wereld.
Als je als school die randvoorwaarden kunt scheppen die handen en voeten geven aan dit motto, creëer je in mijn beleving maatschappelijke waarde.
Binnen onze expeditiegroep zijn we daar voortdurende mee bezig. Een dwingend voorbeeld van het creëren  van maatschappelijke waarde, hoor ik als ik luister naar de radio-uitzending ‘ In de flat: Hoe viert de wijk Vollenhove kerst?’ van de Vara. Een citaat uit de mond van de Vara journaliste: Als die basisschool daar ooit verdwijnt heeft deze wijk pas echt een probleem. Die school kan volgens mij veel meer betekenen voor die wijk dan ie nu al doet, is eigenlijk de enige plek die mensen echt bij elkaar weet te brengen.’
20-40-40
Uitgaande van de idee dat of een kind wel of niet goed terecht komt slechts voor 20 % afhankelijk is van de school, voor 40% afhankelijk van het gezin waar het uit komt en voor 40% afhankelijk is van de mensen waarmee het buiten het gezin en de school in aanraking komt zijn wij de Crooswijk Academie gestart. Openbare Dalton Basisschool Pierre Bayle neemt een verantwoordelijkheid voor sociale duurzaamheid in de wijk Nieuw-Crooswijk. Het serieus nemen van die verantwoordelijkheid is essentieel voor de groei die de school in de komende jaren gaat doormaken. Onder het begrip sociale duurzaamheid wordt hier verstaan, dat bewoners en ondernemers zich voor langere tijd willen vestigen en zich blijkbaar kunnen identificeren met Nieuw-Crooswijk. Waarmee we een omgeving creëren die de 20% van de school oprekt tot ver in het gebied van de 40% omgeving.
Nieuw onderzoek ondersteunt deze keuze voor een Crooswijk Academie. Jelle Jolles schrijft in Ellis en het verbreinen dat talentontwikkeling van de scholier wordt bepaald door hersenen èn omgeving.

vrijdag 31 december 2010

EEN GELUKKIG NIEUW JAAR

GEEN VOORNEMENS VOOR 2011,  DOE HET GEWOON!

vrijdag 10 december 2010

Geld voor je PoP, poen voor je PaP!


BOOR kiest voor een professionele cultuur. Er bestaat een sterke ambitie om professionaliteit te bevorderen in alle aspecten die leerlingen, medewerkers en betrokken partners (ouders en andere belanghebbenden) raken. Met respect voor de bereikte resultaten van individuen kan BOOR als organisatie daar nog een aantal stappen in zetten.

Struikelblok is een gebrek aan gedeelde opvattingen over professionaliteit. Waaraan herkent men een professional of professionele organisatie en welk gedrag hoort daarbij (en welk gedrag juist niet?). Een belangrijk aspect van een professionele cultuur is dat er duidelijke, met elkaar vastgestelde kaders zijn en hoe men zich binnen die cultuur gedraagt. Pas dan kan een team, de school of de organisatie gaan werken aan het versterken van een professionele cultuur. Het management heeft in het realiseren van een professionele cultuur een voorbeeldfunctie. Medewerkers spelen zelf ook een belangrijke rol. Zij gedragen zich volgens de regels van de professionele cultuur, en accepteren dat zij kunnen worden aangesproken op de eigen taken en verantwoordelijkheden. Blijvende ontwikkeling (zoals door scholing en werken aan eigen competenties) zijn hierbij voorwaardelijk, net als het leveren van een bijdrage aan de organisatie.

 Om nu die stap van blijvende ontwikkeling een prikkel te geven heb ik besloten om de begrote cursuskosten personeel vrij te geven (natuurlijk binnen kaders). Dat betekent dat een ieder dit schooljaar recht heeft op € 400,-  (gerelateerd naar werktijdsfactor) om uit te geven aan een cursus, een opleiding die bijdraagt aan de professionele ontwikkeling in relatie tot de schoolontwikkeling. Verantwoording achteraf!

Wie durft!!!

vrijdag 12 november 2010

Digitaal schoolplein Huys ten Krooswijk van start


Huys ten Krooswijk is het digitale social netwerk en samenwerkings- en kennisplatform van de samenwerkende partners in het Huys ten Krooswijk.
Een digitaal schoolplein.

Het digitale schoolplein combineert de charme en dynamiek van sociale media als Twitter, Hyves en Youtube met de wensen van scholen aan een efficiëntere vorm van samenwerken, het verbeteren van ouderparticipatie en een veilige omgeving voor leerlingen bij basisscholen. Je kunt er documenten en websites achterlaten en becommentariëren, met anderen in discussie treden, medewerkers vragen voorleggen of je ervaring formuleren in een blog.

Het is mogelijk om (open of besloten) groepen op te richten, waardoor Huys ten Krooswijk de uitgelezen plek is voor samenwerking in de MFA Huys ten Krooswijk. Dit kan voor platforms, projecten, afdelingen, maar ook voor medewerkers die kennis of expertise zoeken bij medewerkers in het land. Huys ten Krooswijk is ook heel goed bruikbaar als kennisbank of als digitale knipselkrant –interessante websites of documenten kun je opslaan en van trefwoorden en een toelichting voorzien. Hierdoor werkt Huys ten Krooswijk ook als een persoonlijk digitaal (kennis)archief: waar je ook bent, je kunt altijd al je informatie terugvinden!

Het digitale schoolplein Huys ten Krooswijk is open voor werknemers en bezoekers van Huys ten Krooswijk. Het schoolplein is de online ontmoetingsplaats voor alle vrijwilligers en beroepskrachten, voor alle leerlingen en ouders en voor iedereen die meebouwt aan een grandioos Nieuw Crooswijk.
Wil jij ook een uitnodiging ontvangen voor deelname, stuur dan een e-mail naar mail@odbs-pierrebayle.nl  met daarin de volgende informatie: Naam, E-mailadres en het liefst een motivatie De beheerder zal vervolgens een uitnodiging sturen, zodat je de omgeving snel kan gaan verkennen. Webteam Huys ten Krooswijk

dinsdag 5 oktober 2010

Wederom goede resultaten op de Pierre Bayle!


In de laatste nieuwsbrief van vorig schooljaar, kon ik u melden dat we, wat betreft de CITO scores, net boven het landelijk gemiddelde scoorden. Dat is een hele prestatie.
De lijn die we vorig jaar in hebben gezet om het taalonderwijs, het leesonderwijs  en de aanpak van de woordenschat voor onze kinderen te verbeteren, werpt ook al zijn eerste vruchten af.
Wij doen mee aan een Taalpilot van de gemeente Rotterdam. Als enige school in Rotterdam, die hieraan deelneemt, hebben wij de leesnorm gehaald.
Dit betekent dat 95% van al onze kinderen op of boven het landelijk gemiddelde scoort wat betreft het Technisch lezen.
Technisch lezen is een van de belangrijkste voorwaarden om Begrijpend te kunnen lezen.
Begrijpend lezen betekent een stuk tekst lezen en hierover vragen beantwoorden. Om de CITO toets tot een goed einde te brengen is Begrijpend lezen erg belangrijk.
Ook hebben wij alle gestelde doelen wat betreft spelling, woordenschat en begrijpend lezen bereikt.
Dit is voor een groot deel te danken aan de inzet van de leerkrachten en leerlingen, waarvoor hulde!!
Geen reden om achterover te leunen. Juist deze resultaten inspireren ons om verder te gaan. Daarom hebben we ons voor dit jaar weer nieuwe uitdagende doelen gesteld. Uw kind krijgt zo nog meer kansen op een opleiding die bij hem of haar past.
Dit jaar zullen we naast de bovengenoemde vakken in alle groepen extra aandacht besteden aan het rekenonderwijs en dan met name het onderdeel automatiseren.


René Bos

vrijdag 1 oktober 2010

Let's ruil feest aan het Paradijsplein

Afgelopen zaterdag was het feest op het Paradijsplein. Het jaarlijkse feest van de Let's ruilwinkels.
Onderstaand filmpje geeft een impressie. Rond 6.38 zie je  een geheel andere kant van de schooldirecteur. Daar toon hij zijn Rock 'n Roll en Blues hart.


dinsdag 21 september 2010

Informatieavond trekt 20% van de ouders!

Vanmorgen was de informatieavond van gisteren, op beide locaties, het gesprek bij de ochtendkoffie. Tal van vragen komen dan boven. We willen meer ouders bereiken? Hoe richten we ons op de overige 80%? Welke rol spelen de ouderconsulenten hier? Krijgt de school  de ouders die ze verdient?
Voor een aantal leerkrachten was in ieder geval duidelijk dat we de informatieavonden anders moeten inrichten, willen we meer ouders binnenkrijgen. Kijk, dat is ook High Performance denken!!

En toch, rondtwitterend kom je er snel achter dat zeer veel basisscholen worstelen met de relatie school en ouders. Zo twitterde een collega dat zijn school dit soort avonden maar afblies, omdat de opkomst gering bleef. Een Amsterdamse collega feliciteerde me juichend met het aantal ouders dat bij ons binnenkwam. 

We moeten op een andere manier invulling geven aan het partnerschap met onze ouders. Dat gaat niet vanzelf. Gelukkig kijken we wel gezamenlijk die richting op.
De ouderavond aanstaande 2 november is een interessant ijkpunt. De ouderraad bestaat hier op school nog niet zo lang. Een ouderavond, georganiseerd door de ouders van de school voor ouders van de school, is een hele uitdaging. Daar kunnen wij ons partnerschap met elkaar oefenen. Mooi, want dat is ook High Performance denken!

maandag 20 september 2010

Dit is ook High Performance!

Mission9 is een boek met prachtige illustraties en gaat over de kracht van zelfbewustzijn en van geweldloos denken. Een pleidooi voor tolerantie, voor én - én in plaats van óf - óf - denken.
Een boek over de waarde van verscheidenheid en het uniek zijn van ieder mens. Nog niet eerder werd het kernwadrantenmodel zo helder en spannend uitgelegd.

zondag 19 september 2010

Welzijn, gezondheid en economische groei

Odbs Pierre Bayle heeft van het college van bestuur van Stichting Boor de ruimte gekregen om de komende 2 jaar met een kleine groep scholen uit Nederland op te trekken om het concept High Performance Schools inhoud te geven.

Mission statement van een HPS:
  • Een High Performance School is een school die onderwijs ziet als sleutel tot welzijn, gezondheid en economische groei. Zij werkt vanuit een diepere morele betekenisgeving, en richt haar onderwijs bewust op het creëren van maatschappelijke waarde op langere termijn. De High Performance school heeft contact met de omgeving hoog in het vaandel heeft en betrekt stakeholders bij haar beleidbepaling.
  • Een High Performance School is een school waar alle kinderen, in een veilige en gezonde omgeving uitgedaagd worden om het beste uit zichzelf te halen. High Performance Schools zien excellente beheersing van basisvaardigheden als taal en rekenen als basisvaardigheden, maar zijn zeker ook gericht op vaardigheden als eigenaarschap en verantwoordelijkheid nemen voor eigen leerproces, probleem en oplossingsgericht kunnen denken, kunnen samenwerken, waarde- en omgevingsbewust leven.
  • In een High Performance School heerst een cultuur van groei en ontwikkeling.
  • Binnen een High Performance School werken professionals continu aan het bereiken van de organisatie doelstellingen.

Onderwijskwaliteit
‘Het onderwijs slaagt er onvoldoende in om de in kinderen aanwezige talenten voldoende naar boven te halen. Zelfs scholen die het predicaat excellent verdienen, schieten daarin tekort’. Dit meldt de Besturenraad naar aanleiding van het onderzoek naar de onderwijskwaliteit op 112 basisscholen.
Wat te zeggen over het gegeven dat er gemiddeld in Nederland aan het eind van groep 8 meer dan een half jaar leerachterstand is, en het gegeven dat 10% schoolverlaters onvoldoende vaardig zijn in lezen, taal en rekenen (CITO 2009)? Wanneer we deze resultaten plaatsen naast het Lissabon akkoord en de ambities die daarin gesteld, wacht ons nog een hele uitdaging. En een zeer relevante uitdaging, want vanuit maatschappelijk belang is educatie het meest essentiële en invloedrijke middel om kenniscreatie, economische groei en kansen van mensen en kinderen te vergroten!
Een zeer hoge CITO eindscore gedurende drie achtereenvolgende jaren is niet voldoende om een High Performance School te zijn. Scholen kunnen meer uit hun leerlingen halen dan een hoge score aan het einde van de basisschool! Bij het predicaat ‘High Performance School’ gaat het meer om leerwinst dan om CITO eindscores. Het gaat om het behalen van een minimum niveau van alle schoolverlaters én de toegevoegde waarde van het onderwijs in de vorm van sociale opbrengsten die kinderen voorbereid op hun toekomstige mondiale samenleving.

Didactisch concept
Bij de hoge ambities van een High Performance School is ontwikkeling van de gehele organisatie essentieel. Theoretisch onderbouwde interventies en activiteiten worden gekoppeld aan de ervaringen uit de praktijk. Steeds wordt de koppeling gelegd tussen wetenschappelijk onderzoek buiten de onderwijssector en relevante wetenschappelijk onderzochte elementen voortkomend uit onderzoek uit de eigen sector met ervaringen uit de alledaagse praktijk van scholen.: Biografische identiteit (Burnham, Pollen, De Wit), Educational Reform (Fullan, Marzano, West Burnham), High Performance Organizations (De Waal), Versterken van het innovatief vermogen (Fullan, Quinn, Van Beek).

De High Performance School heeft duidelijke zachte en harde kanten. De zachte kanten zijn gericht op het samen ontwikkelen van een biografische identiteit en het met elkaar willen bereiken van een hoger doel: verbetering van het onderwijs aan kinderen. De harde kanten zijn te vinden in de duidelijke wijze waarop de Performance van de School en de Professionals omschreven, geëvalueerd en beoordeeld worden. Ook het veranderproces om te komen tot een High Performance School heeft zowel harde als zachte kanten, waarbij aan de ene kant ruimte gecreëerd wordt voor het ontwikkelen van het innovatief vermogen van de school met daarbinnen het accent op een evaluatiecultuur, terwijl aan de harde kant deze ruimte gekoppeld wordt aan duidelijk resultaat gerichte afspraken over de voortgang en ontwikkeling van de organisatie.

Wat, gaan we het nu anders doen?
Dacht het niet! De kwaliteitsslag die we de afgelopen drie jaar hebben doorgemaakt, zetten we nog gerichter voort. Onze focus was gericht op taal en rekenen, dat blijft zo. Onze focus was gericht op verbetering van de kwaliteitszorg, ook die focus blijft. Onze insteek op de internationalisering blijft; groep 1 t/m 8 krijgt stevig les in het Engels. Onze IT-insteek krijgt steeds meer vorm en Dalton komt steeds beter in de steigers.  We gaan de komende jaren nog inhoudelijker aan de slag met de bovengenoemde zachte en harde kanten van het onderwijsproces. Daarbij is een hele grote rol weggelegd voor de leerkrachten zelf. Zo gaan we komende periode samen aan de slag met het zoeken en vaststellen van onze biografische identiteit.

Community School
Mijn expeditieteam, naast Pierre Bayle bestaande uit Op Dreef en PWS, houdt zich de komende 2 jaar bezig met het onderwerp ' Parent and community engagement'. Samen geven wij invulling aan het begrip community school. Vanuit onze school leg ik voor de wijk de nadruk op de totstandkoming van de real life community De Crooswijk Academie (waarover later ongetwijfeld meer).
Betrokkenheid vanuit de wijk, de omgeving, de ouders vergroot nu eenmaal de slaagkans van onze kinderen.



zondag 12 september 2010

Vitamine T


De uitdaging voor Odbs Pierre Bayle in Crooswijk
Heb jij je vitamine T al binnen? Vitamine T verwijst naar de term ‘Tribal Vitamin’ van Nicholas Albery. “ Mensen evolueerden in groepen/ stammen van 50 tot 250 leden. We hebben nog steeds dat gevoel van verwantschap nodig waarin een stam voorziet.” Dat is ook de reden dat wij elkaar opzoeken tijdens de feestdagen als Kerst of Suikerfeest. Voldoende viatime T bevordert ons welbevinden!

In de praktijk van alle dag betekent dit Vitmine T in de vorm van een dagelijkse dosis contact met onze naaste buren, met elkaar. Goed  voor onze gezondheid! 

Afgelopen vrijdag kregen we op school een behoorlijke dosis Vitamine T te verwerken toen we in gezamenlijkheid de zestigste verjaardag vierden van een collega. Lekker eten, een drankje, vrolijke gseprekken en een korte serieuze beschouwingen.

Voor onze school binnen de MFA aan het Paradijsplein en als de wijkschool aan het Alberta Wellingpad betekent het deuren openhouden en rondstrooien die Tribal Vitamin! Naar onze leerlingen, naar onze ouders, naar onze naaste buren, naar de wijkbewoners, naar elkaar en naar alle sociale partners waarmee we hetzelfde doel nastreven:

Geef kinderen een plek in de school, in de wijk en in de samenleving.

dinsdag 31 augustus 2010

Het Nieuwe Schoolplein

Bekijk deze SlideShare Presentatie eens. Odbs Pierre Bayle wordt hier genoemd (slides 12 en 28) in het kader van ons experiment met het Digitale Schoolplein dat dit schooljaar van start gaat. Het digitale schoolplein Huys ten Krooswijk gaat open voor werknemers en bezoekers van  Huys ten Krooswijk. Ons digitale schoolplein wordt de online ontmoetingsplaats voor alle vrijwilligers en beroepskrachten, voor alle leerlingen en ouders en voor iedereen die mee bouwt aan een grandioos Nieuw Crooswijk.

maandag 23 augustus 2010

Gras groeit

Gras groeit niet harder als je er aan trekt.
Vandaag las ik: gras groeit vanzelf, maar je kunt er een organisatie omheen bouwen.Volgens mij zijn we flink op weg.

zondag 22 augustus 2010

Op naar goede volgende weken...

De eerste schoolweek is voorbij en we maken ons op voor de volgenden. We eindigden de week met een studiedag. ' Kind op de gang' :
Het doel is om door middel van de simulatietool Kind op de Gang!® aan het einde van de dag gezamenlijk tot een zorgprofiel van de school te komen. De zorgprofielen van de scholen en hun ambities m.b.t. passend onderwijs worden in kaart gebracht. Hiermee kan zich een beeld worden gevormd over hoe leerlingenzorg op school- en op bovenschoolsniveau te organiseren.
Bijkomende opbrengst was dat je een dag lang het team in actie zag en hoorde met elkaar. Buitengewoon prettig te merken hoe de nieuwe leerkrachten zich een plekje verwierven binnen het bestaande team en hoe er aan het einde van de dag vol lof over elkaar werd gesproken. Ander bijkomende opbrengst was het inkijkje in het ambitieniveau van dit team. Dat ligt potverdorrie hoog!
Dit schooljaar dus lekker samen aan de slag met: de juiste mate, het juiste doen, de juiste rol, het juiste zijn, de juiste kracht, het juiste tempo en het juiste doel (dank aan Kees en Cor). Waarbij ik eerder vanuit de kans en mogelijkheid wil werken en minder vanuit (en dat ligt behoorlijk op de loer als we spreken van zorgprofielen) het gebrek, het tekort.
Ik vond het mooi te ervaren dat alles inderdaad een plaats en een plek in de tijd nodig blijkt te hebben. Mooi om te ontdekken dat zaden toch zijn gekiemd, dat het gras inderdaad vanzelf groeit en je er niet aan moet of hoeft te trekken. Het was bijvoorbeeld een van de ambities om meer te doen met concentratie en je hoorde rondzoemen: daar hebben we eerder een begin meegemaakt: mindfulness, hartmeditatie, klankschalen en een dag opstarten, beginnen vanuit die volkomen aanwezigheid en rust, wellicht is nu het moment?
Op naar volgende goede weken.

woensdag 11 augustus 2010

Begin van elk schooljaar is voor mij als 1 januari

Schoolvakanties vind ik lastig. Ik moet meestal minimaal een week afkicken van de adrenaline rush die ik krijg van het werk. Niet in de laatste plaats omdat er tegen het eind van een schooljaar nooit helderheid is of alle vacatures wel gevuld kunnen worden en met welke mensen. Stichting Boor is een vrij grote organisatie, waar men (terecht) aan veel mensen verplichtingen heeft. Als een school terugloopt in formatie, moeten leerkrachten elders worden geplekt. Dat kan lastig worden als een school met een helder, duidelijk concept als de onze, mensen toegeschoven krijgt die niet meteen passen binnen dat concept. Gelukkig starten we dit jaar met nieuwe mensen die daar wel in passen. Die tegelijkertijd gekoppeld zijn aan oudgedienden die hen wegwijs in de organisatie kunnen maken.
Maar hoe anders gaat dat in het bedrijfsleven?
De adrenaline rush heeft dus minimaal nog een week  na gegonsd in mijn lichaam, in mijn hoofd.

 Vervolgens is daar de rust. Vind ik wennen. Wat moet je dan ineens gaan doen? In de tuin werken? Houd ik niet zo van. De hond uitlaten? Beetje fietsen? Beetje mediteren? Of gewoon weg, op vakantie.

Afgelopen weken heb ik van alles gedaan. Maar vooral veel zitten mijmeren over het leven, mijn leven, mijn leven met mij gezin, mijn leven in relatie tot mijn werk, mijn leven in relatie tot mijn interesses, passies en verlangens. En over mijn werk, mijn werk in relatie tot mijn leven, mijn werk in relatie tot mijn interesses, passies en verlangens. Dat lijkt hetzelfde, maar dat voel ik toch anders. Gelezen, ik heb lekker veel gelezen: Handboek meditatief ontspannen, Spiegelogie van Willem de Ridder (echt geweldig), Theory U, van Otto Scharmer. Gedoken in de volledige geschriften van Zhuang ZI, volgens velen de grootste relativist, in ieder geval het klassieke boek van het taoïsme. Een aanrader!!!
Een voorbeeld van een verhaal uit: Zhuang Zi:

Een taoïstisch verhaal over gelijkmoedige acceptatie
Op een morgen ontwaakt een boer in het oude China bij het kraaien van de haan. Zoals altijd, kijkt hij eerst uit het raam om te zien hoe zijn paard erbij staat. Hij schrikt. Geen paard te bekennen. De heuvel tegenover zijn hut is leeg.

In de loop van de ochtend komen één voor één de buren langs en beklagen de boer om zijn lot. Wat moet hij nu beginnen? Zonder paard kan hij z'n land niet ploegen en dus komt er geen brood op de plank. Het geweeklaag is niet van de lucht, maar de boer blijft kalm.

"Ach," zegt hij, "we zien wel hoe 't afloopt."

Twee dagen later. De boer ontwaakt, kijkt uit gewoonte naar buiten en ziet daar tot zijn verrassing z'n paard staan. Met nog twee andere paarden ernaast. Die moeten achter het trouwe dier zijn aangedraafd. In de uren daarna komen de buren weer langs. Eén voor één. "Wat heb jij een geluk zeg. Zo heb je geen paard, en zo heb je drie paarden. Gefeliciteerd!"

"Ach," antwoordt de boer, "we zien wel hoe 't afloopt."

Diezelfde middag probeert de zoon van de boer één van de nieuwe paarden te berijden. Het beest is daar duidelijk niet van gediend. Als de jongen op zijn rug springt, begint het geweldig te bokken. Met een wijde boog vliegt de boerenzoon door de lucht. Bammmm. Gebroken been. Als de buren horen van het ongeval, komen ze de boer wederom beklagen. "Wat ben jij een pechvogel zeg. De oogst staat voor de deur. Wie moet jou nu helpen om het gewas van het land te halen?"

"Ach," luidt de reactie, "we zien wel hoe 't afloopt."

Drie weken later verschijnen de ronselaars van de keizer in het dorp. Ze komen alle mannen tussen de zestien en dertig jaar inlijven om oorlog te voeren tegen een naburige staat. En zo'n oorlog kan jaren duren. Alle jongens moeten nog diezelfde dag mee. Behalve de zoon van onze boer, die ligt met een gebroken been op zijn strozak. Als de buren dat vernemen, kloppen ze weer bij hem aan. "Oh, wat een ellende. Wij zien onze zonen misschien wel nooit meer terug, terwijl die van jou over een paar weken weer op z'n benen staat. Het lot is jou wel erg gunstig gezind."

"Ach," is het enige dat de boer weer zegt, "we zien wel hoe 't afloopt."


* * * EINDE * * *


Heb ik wel even over zitten mijmeren. Ben er nog niet uit.

Vlak voor de vakantie kreeg ik een leestip van @annetteschulte naar aanleiding van de blogpost over de levenscyclus van de school: Leven en werken in het ritme van de seizoenen - op basis van de I Tjing, van Jaap Voigt.
Het model dat in dit boek wordt aangedragen , is een leidraad voor iedereen om in een natuurlijk ritme te leven. Dat helpt ons niet alleen staan de te blijven, maar ook daadwerkelijk creatief te zijn te midden van een turbulente buitenwereld.
Op bladzijde 64 lees ik: plan je zomervakantie zodanig dat je die ook als bezinningstijd kunt gebruiken. Ga na of er wellicht bijsturing nodig is? Reflecteer eens op je neiging tot doorschieten naar arrogantie etc. Sta daar bij stil en onderzoek of er dingen zijn die je echt langzamerhand moet lostlaten. Onderzoek of je toch water bij de wijn (van de waarheid) hebt gedaan. Op bladzijde 71: eind juli begin je een eerste inzicht te krijgen in wat de werkelijke prioriteiten in je leven zijn en wordt duidelijk hoe je deze tot half december gaat vormgeven.

Geweldig boek!

Ik heb het nog niet eens gehad over de nieuwe muziek die ik de afgelopen weken heb ontdekt.

Maandag 16 augustus gaan de schooldeuren hier open. Dan start het nieuwe schooljaar en verwelkom ik de leerkrachten van Odbs Pierre Bayle. Samen gaan we er een mooi jaar van maken.
Een van mijn goede voornemens voor komend schooljaar is (en ik nodig iedereen uit mij daarbij te helpen in de vorm van feedback) mijn aanwezigheid en aandacht anders te verdelen over de twee locaties die we hebben.  Ik wil graag meer echte ontmoetingen met leerkrachten, leerlingen en ouders, meer betrokkenheid en meer interactie. Ik weet dat ik dat nodig heb.Ik weet dat wij dat nodig hebben.

zondag 18 juli 2010

Zoete, stille meisjes en drukke, stoere jongens

Marcus, mijn jongste zoon, zit op een vrije school. Ik ben blij dat hij daar zit. Het mannetje zit er op zijn plek.  Hij heeft een schat van een juf en wij houden behoorlijk vinger aan de pols ten aanzien van zijn kennen en kunnen.
Ik fronste wel even met de wenkbrauwen toen ik Marcus' rapport las. Juffie was blij met het feit dat Marcus minder stoer was in de groep. Hallo, ik voed een zoon op, geen muisje! Dus ik naar school. Nou ja, mijn vrouw naar school. Zij doet de basisschool (2 kinderen) en ik het voortgezet onderwijs (2 kinderen). Natuurlijk had de juf het hier over ' goed' stoer en ' niet zo prettig voor je plek in de groep'  stoer. Marcus mag gewoon zijn drukke beweeglijke ik zijn, maar binnen de grenzen van de groep.

In de TedTalk van Matt Ridley is een van de conclusies, misschien wel de conclusie, dat willen kinderen hun plek vinden in de school, de wijk, de samenleving (mijn woorden) het vooral neerkomt op: samen, delen, een leven lang leren en communicatie. Hij durft daarbij zelfs zo ver te gaan dat IQ van ondergeschikt belang is. Volkomen irrelevant, vindt hij. Veel belangrijker is hoe mensen hun ideeën in de wereld zetten met behulp van anderen: COMMUNICATION!

Theoretiserende gedragswetenschappers betogen dat met name die samenwerking een lastige is voor opgroeiende jongetjes. Verder hebben onze jongetjes last van de toename van het aantal vrouwen binnen het onderwijs. Jongens haken daardoor massaal af.
Het commentaar in het NRC van donderdag van 15 juli was duidelijk. Scholen kunnen zich niet blijven verstoppen achter de smoes van de feminisering (scholen raken meer en meer bevolkt door vrouwen die een voorliefde zouden hebben voor zoete, stille meisjes boven drukke, beweeglijke jongetjes) van het onderwijs.
Je zou denken dat jongens het juist beter doen dan vroeger, toen het onderwijs over de hele linie een mannenbolwerk was. In de frontaal gegeven lessen aan leerlingen die met de armen over elkaar in de schoolbanken zaten, duldde leraar noch meester testosteron gestuurd jongensgedrag. Het was kop houden of naar de gang om ‘af te koelen’. Geen jongen die dat nu nog hoeft te verduren.
Tegelijk met de opmars van vrouwen bracht ook een cultuuromslag in de Nederlandse opvoeding verandering in de klas. In de moderne gezagsverhoudingen wordt veel onderhandeld. Allochtone gezinnen hanteren andere normen. Maar scholieren mogen meer dan ooit hun temperament, achtergrond en cultuur tentoonspreiden – precies wat jongens graag doen.
 Elke klas heeft recht op een juf of meester met een professionele inslag. Haken jongetjes af omdat er een juf voor de klas staat, hebben de mannetjes een probleem en de school een taak, aldus het NRC.
Vinden Marcus en ik ook!

maandag 12 juli 2010

Nederland -Spanje: 0-1

Verlies moet je kunnen nemen

zaterdag 3 juli 2010

Levenscyclus van Odbs Pierre Bayle

In mei 2007 trad ik  als directeur aan op de toenmalige Waaier.  Een van de zaken die je dan doet, is een inschatting maken van de organisatie. Zonder het werk van werknemers, oud werknemers en een ieder die zijn/ haar steentje heeft bij gedragen tot het welzijn van vele kinderen (en de verhalen van kinderen die er een prima tijd hebben gehad, komen regelmatig binnenwaaien via nieuwe ouders die zich aanmelden) te willen diskwalificeren: de school moest van heel ver komen (graag licht ik een en ander, mocht daar behoefte aan zijn, toe in een persoonlijk gesprek).

Ik vroeg de adjunct directeur René Bos een lifecycle assessment te ondergaan. In principe moest hij een vragenlijst invullen en er rolde een lifecycle assessment report uit. Niet voor de volle 100% accuraat, maar voldoende voor een redelijke indicatie. Hoe stond de school er voor?

Net als planten, mensen en ecosystemen hebben ook organisaties een levenscyclus. Je kunt patronen herkennen in de manier waarop een organisatie of onderneming zich ontwikkelt. De Amerikaanse management-denker en –adviseur Dr. Ichak Adizes onderscheid de volgende fasen:
Flirt, Peuter, Go-Go, Adolescentie, Bloei, Ouderdom, Aristocratie, Bureaucratie en Overlijden. Elke fase kent zijn eigen unieke valkuilen en uitdagingen. Adizes beschrijft daarnaast een aantal afwijkingen  die  kunnen leiden tot vroegtijdige neergang van de organisatie.


Uit de antwoorden van René volgde bovenstaand rapport.
De school zat in de adolescentie fase. Deze fase wordt gekenmerkt door conflict en inconsistentie, tussen de oprichter en de organisatie, tussen nieuwkomers en oudgedienden, tussen de verschillende doelen en systemen van de organisatie, en tussen de oprichter en de professionele manager. Als de organisatie niet in staat is om door te groeien naar de volgende fase, kunnen deze conflicten resulteren in een „scheiding‟ (bijv. tussen oprichter en organisatie). De drie belangrijkste uitdagingen in de Adolescentie-fase zijn: delegeren van autoriteit, verandering van leiderschap en verandering van doelen.

Om de stap te kunnen nemen naar de volgende fase in de levenscyclus  moet de veranderende manier van werken geïnstitutionaliseerd te worden in systemen, procedures, processen en beleid, om zo een stevige en professionele basis te creëren voor verdere groei.
De Adolescentie-fase is sterk naar binnen gekeerd en het beste moment om de professionalisering van de organisatie in te zetten is dan ook wanneer de bedrijfsvoering goed loopt en er voldoende energie en aandacht is om aan de slag te gaan met de interne organisatie. Dit proces kan gevestigde belangen en verworvenheden bedreigen en gaat daarom gepaard met veel conflict. Om zich voorbij de Adolescentie-fase te ontwikkelen moet de organisatie een verschuiving maken van kwantiteits- (meer, groter) naar kwaliteits-georiënteerde doelen (beter, slimmer).

Volgens het lifecycle assessment dat ik vanmiddag onderging, kwam naar voren dat de school, de organisatie in ' its prime' zit. We zijn er in de afgelopen 3 jaar in geslaagd weerstand te bieden tegen de valkuilen van de adolescentie periode. We zitten nu in de bloei periode.

Realisme gebiedt me te benadrukken dat we er dicht tegen aan zitten. Maar ook dat alle voorwaarden op dit moment aanwezig zijn om die bloeiperiode in te gaan.


















Zijn er valkuilen? Ja, natuurlijk! We starten komend schooljaar met 3 nieuwe, uiterst enthousiaste, gedreven, nieuwe leerkrachten. Dat gaat ongetwijfeld iets betekenen voor de groepsdynamica.

De Bloei-fase is de volwassen, optimale fase in de levenscyclus van de organisatie, waarin controle en flexibiliteit in balans blijven door voortdurende afstemming. Bloei is een proces,  de grootste uitdaging van deze fase is om de organisatie in Bloei te houden en het verouderingsproces dat leidt tot neergang te voorkomen. De organisatie wordt gestuurd door een heldere visie en een consistente set aan kernwaarden, welke het wat, het hoe en het waarom van de organisatie definiëren, alsook het wat niet, het hoe niet en het waarom niet. Besluiten worden niet meer door één persoon gedomineerd en besluitvormingsprocessen zijn geïnstitutionaliseerd in de organisatie.

Bloei-organisaties zijn creatief, maar niet op een willekeurige of spilzuchtige manier. Ze focussen op de klant, in ons geval op de leerling, maar onderwerpen zich niet aan elke gril of hype en balanceren zo korte-termijn opbrengsten met lange-termijn relaties. Beslissingen worden overdacht. Informatie-, communicatie- en andere systemen zijn op elkaar en op de missie van de organisatie afgestemd.
De Bloei-cultuur is er één van wederzijds respect en vertrouwen.

Nu de urgente problemen uit de vorige fasen grotendeels zijn opgelost, is er eindelijk tijd en aandacht om meer fundamentele zaken aan te pakken, zoals bijvoorbeeld opleiding en scholing. Als de organisatie niet investeert in het voortdurend zoeken naar evenwicht om in Bloei blijven, zwakt de groei af en begint de organisatie te verouderen, wat uiteindelijk kan leiden tot verstarring en neergang, gekenmerkt door zelfgenoegzaamheid, afnemende flexibiliteit, volgzaamheid in plaats van ondernemerschap en innovatie, behoudendheid en risico-mijdend gedrag, alsook ( in ons geval) een terugloop van de leerlingaantallen.


De theoretische onderbouwing van dit stuk is afkomstig van Realise!

maandag 28 juni 2010

Meer is in u

Het heeft bewogen, schreef Ida Gerhardt. En dat heeft het. We hebben een interessant jaar achter de rug. Onderstaand verhaal gaf mij ook dit schooljaar weer moed, rust en richting.

Een oude Hindoe meester werd moe van het geklaag van zijn leerling. Dus stuurde hij de leerling op een morgen om wat zout. De ongelukkige leerling kwam terug met het zout en kreeg de instructie een handvol zout in een glas met water te doen en het vervolgens op te drinken.
“Hoe smaakt het?” vroeg de meester. “Bitter, smerig,” spuwde de leerling.
De Hindoemeester vroeg toen om een handvol zout in de beek te gooien. De meester vroeg de leerling  uit de beek te drinken.
“Hoe smaakt het?” “Fris, lekker,”antwoordde de leerling.
“Proef je het zout?”
“Nee,”antwoordde de leerling.. De Hindoemeester bood de jongen zijn hand. “De pijn van het leven is puur zout; niet meer en niet minder. De hoeveelheid pijn in het leven verandert niet. Maar de hoeveelheid bitterheid die we proeven is afhankelijk van hoe we de pijn dragen. Wanneer je dus pijn hebt, lijdt, wees dan geen glas, word een beek, een rivier, een meer.

woensdag 23 juni 2010

Waar het om gaat.

Het gaat om de kinderen. 
Het gaat niet om jou, 
het gaat niet om mij.
Het gaat om ons.
Ik ben omdat wij zijn.
Jij bent omdat wij zijn.
Zij zijn omdat wij zijn.

zaterdag 19 juni 2010

Superman en de Veranderende Pannenkoek

Mijn dochter is haar juffrouw wiskunde helemaal zat. Ze vindt dat haar juf maar beter haar best moet doen om wiskunde helder te krijgen. Mijn zoon is zijn juffie Euritmie zat. Hij vindt dat zij niet voortdurend van die vreemde muziek moet opzetten tijdens de lessen. Het maakt hem springerig en dat is haar schuld! Mijn buurman is zijn baas zat. Hij krijgt nooit de waardering van hem, die hij verdient! Een deel van mijn mensen is mij zat. Ik communiceer helemaal niet goed! En ik heb soms moeite met de laag boven mij. Die zit te veel op planning en control.

Hee, ik ontwaar hier zowaar een SMP!
Een SuperManPatroon! (ja, directie dames, er bestaat ook een SWP!)

In het prille begin van mijn periode voor het directeurschap dacht ik dat iedereen er gelijk in had, als er werd geschopt tegen leidinggevenden. Tijdens mijn eerste klus als leerkracht deed ik daar ook van harte aan mee. Een kind van de jaren 70. Wat wil je? Carrière en ambitie waren, waar ik vandaan kwam, vreemde woorden. De directeur was toen nog een primus inter pares. Het onderwijs was als organisatie zo plat als een pannenkoek. En dan moest er ineens leiding worden gegeven? Ik vond het helemaal prima als jij je leidinggevende zat was, moest hij/ zij z'n best maar voor je doen! Als iemand leiding wilde geven, moest hij maar aantonen dat hij alles tot in de perfectie deed. Als een echte superman. Hij moest maar laten zien dat hij het waard was om ons te mogen leiden! Servant Leadership all the way! En zag je dat niet voor de volle 110 %, dan klopte het niet. :-) Was je het ergens niet volledig mee eens, deed je het gewoon niet!
Dit gevoel leeft nog bij veel mensen. Velen weten er te vertellen dat zij het beter kunnen dan degene die de verantwoordelijkheid van het leidinggeven aan een organisatie op zich neemt.
En ongetwijfeld valt er bij elke leidinggevende nog het een en ander te leren.

Maar het is ook reuze interessant  om eens stil te staan bij het fenomeen van het ontvangen van leiding. Want daar valt een boel te leren!
Ik denk dat de baas van mijn buurman Paul niet prettig functioneert als er voortdurend aan zijn poten wordt gezaagd. Op het moment dat het zagen ophoudt en Paul 'gewoon' het werk doet waarvoor  hij is aangesteld, verandert de houding van zijn baas op slag.

Het onderwijs is al een poos geen platte organisatie meer. Het onderwijs is tevens opgeschoven van een werkveld waar het sociaal-emotionele voornamelijk de boventoon voerde, naar een werkveld waar gevraagd wordt om prestaties te leveren, op elk niveau.
Heb je iets nodig van je leidinggevende om tot die prestaties te kunnen komen, vraag daar om! Heb je controle nodig? Vraag er om en bespreek samen hoe die controle er dan uit gaat zien. Heb je meer ruimte nodig? Vraag erom en bespreek hoe jij kan laten zien dat je die vrijheid aan kan. Heb je meer complimenten nodig? Vraag erom en deel er wat vaker ook een vanuit het hart uit. Wil je verantwoordelijkheid? Vraag erom en spreek af hoe jij kan laten zien dat je die verantwoordelijkheid waar maakt.
Soms krijg je niet wat je denkt nodig te hebben. Als het je dan niet lukt om respect voor de organisatie en voor je leidinggevende op te brengen, zit er echt maar een ding op: zoek een andere functie, onder een andere leidinggevende.
-met dank aan Caroline Fransen